JOURNALIST - COLUMNIST

Awraham Meijers

Jacob Burggraafstraat 19

1018 WA Amsterdam

T   020 626 51 30

M  06 146 329 43 

awraham.meijers@hetnet.nl 

volg mij ook op:

  • Facebook_wit
Biografie Johannes van Dam is
‘een aanrader’

door Jeroen Thijssen

Johannes van Dam, wie kent hem niet, was beroemd in Amsterdam en omstreken vanwege zijn culinaire rubriek in Het Parool. Maar wat zou iemand uit bijvoorbeeld Goes die naam zeggen? Nou, zijn spraakmakende ‘DeDikkeVanDam’ (2005) heeft er voor gezorgd dat ook landelijke bekendheid ontstond. Volgens opgave van uitgever Nijgh & van Ditmar zijn van dat culinaire naslagwerk honderdduizend (!) exemplaren gedrukt. Maar Van Dam was vooral een hoofdstedelijk fenomeen. Hij werd op 9 oktober 1946 in Amsterdam geboren en stierf op 18 september 2013 in diezelfde stad.

Help, Van Dam zit aan tafel
Toen ik mijn restaurant Meijers’ Deli midden jaren negentig uitbaatte, mocht ik Van Dam verschillende keren als gast ontvangen. Hij zei graag aandacht aan mijn zaak te willen wijden, maar dat hij enkel restaurants recenseerde en ik viel daar niet onder. Dat klopte; om ambtelijke rompslomp te omzeilen, had ik mijn restaurant als cateringbedrijf laten registreren. Maar toen in 1997 het ANWB-boekje ‘500 culinaire ontdekkingen’ verscheen, waarin culinaire recensenten hun favoriete eetgelegenheid aanprijzen, stond Meijers’ Deli genoteerd als een favoriet van Johannes van Dam.
Nadat ik besloten had om weer als journalist te gaan werken ontmoette ik hem af en toe tijdens de ‘FLA-borrel’ (FreeLancers Associatie) waar hij telkens vertelde dat dankzij zijn culinaire recensie ‘Proefwerk’ op de zaterdagen in Het Parool, de krant op die dagen extra oplagen had.


Dat hij in restaurants gevreesd werd vanwege zijn kritische pen, weet ik uit eigen ervaring. Hoewel ik geen leren vest (zijn uniforme dracht) droeg en qua lichaamsgewicht vermoedelijk de helft woog, leek ik toch op hem. Het kwam daarom nogal eens voor dat commotie ontstond in een eetgelegenheid als ik daar binnenkwam. Zoals in restaurant ‘De vrolijke abrikoos’ (†) waar de chef uit de keuken kwam om mij ‘discreet te bestuderen’. De man was duidelijk opgelucht dat ik niet de gevreesde Van Dam was.
De impact van Van Dams’ recensies op Amsterdamse restaurants was ongekend groot. Hoewel hij beweerde een milde criticus te zijn, kreeg niet elke eetgelegenheid een positief rapportcijfer. Er zijn naar aanleiding van negatieve kritieken zelfs koks ontslagen – berucht voorbeeld was de chef kok van Krasnapolsky.
Een paar weken voor zijn dood kwam ik hem tegen in het OLVG (het ziekenhuis waar hij ook geboren is) strompelend achter zijn rollator. Het ging slecht met hem. We spraken af dat ik hem ‘binnenkort’ zou bezoeken. Het kwam er helaas niet meer van.

De biograaf
Biograaf Jeroen Thijssen schrijft in zijn voorwoord over de presentatie van zijn eerste roman, ‘Broeder’ (2007) en hoe hij toen door Van Dam is geschoffeerd: Bij die gelegenheid ontving deze het eerste exemplaar uit handen van Thijssen – die ook culinair criticus is. Daarna zei Van Dam: “Nou, dit is de eerste roman van Jeroen Thijssen. Ik ken hem niet”. Dat Thijssen zich geblameerd voelde moge duidelijk zijn.
Je houdt bij een dergelijke inleiding als lezer je hart vast, er op voorbereid dat Thijssen de kans schoon ziet een rekening te vereffenen. Nou, kritisch is Thijssen uiteraard wel, maar zijn biografie blijkt integer en goed doorwrocht.

Wat een verwarring, aan het begin van Johannes van Dams’ nog jonge leven. Zijn Joodse ouders hebben de oorlog overleefd – ze waren ondergedoken – maar er speelde tijdens de Duitse bezetting een niet al te frisse familiegeschiedenis, met intern verraad, dreigementen en familieleden die een bordeel exploiteerden in de Johannes Verhulststraat (A’dam) waar Duitse militairen klanten waren. Een omstreden verhaal, dat blijvend van invloed zou zijn op Johannes’ doen en laten.

Het gezin heeft naast Johannes nog een zoon, Frits, die ouder is dan hij, en zijn jongere zus Ferina. Het gezin Van Dam probeerde na de oorlog zo goed als mogelijk weer op te krabbelen en verhuisde vanwege zakelijke redenen naar Oude Pekela (Groningen) waar vader Alfred een fabriekje in plastic luierbroekjes begon. In de extreem koude winter van 1963, op zaterdag 26 januari, raakte de auto van Alfred in een slip en gleed ondersteboven het Pekelder Hoofddiep in. Johannes wist zich samen met Ferina te redden. Alfred verdronk. Deze traumatische ervaring zal ook het leven van Johannes blijvend bepalen. Hij herinnerde zich de impertinente vragen van politie en verzekeringsmedewerkers, aan wie hij moest vertellen wat zijn vaders laatste woorden waren. Johannes: “Dat was een vloek: Godverdomme”.

Bijgoochem
Al op jonge leeftijd is het voor Johannes – die aanleg voor zwaarlijvigheid had – belangrijk dat hij het pienterste jongetje van de klas was. Een dik ventje, dat de wijsneus uithangt maakt niet veel vrienden. Zijn bijnaam ‘Professor’ was geen eretitel. Kennelijk had hij daar lak aan, want hij vertelde graag dat hij als jochie de amandelspijs van banketbakkers controleerde met gebruik van jodium. De jonge bijgoochem wist dat daardoor nep-amandelspijs blauw kleurt. Hij zou ook tijdens zijn volwassen leven op het paranoïde af alles checken en nogmaals checken voordat hij – vaak schoorvoetend –  toegaf dat het klopte.
Na de middelbare school studeerde hij gedurende een half jaar medicijnen en haakte hij af, ook zijn studie psychologie maakte hij niet af.
In Van Dams’ jeugd ontwikkelde zich een karakter dat bijzonder gecompliceerd zou worden, zoals het traumatisch oorlogsverleden van zijn familie, de alsmaar terugkerende depressies, de verdrinkingsdood van zijn vader, en zijn ‘seksloosheid’. Wat dat laatste betreft noteert Thijssen: ‘Hoewel hij homoseksueel was, heeft hij dat naar eigen zeggen nooit in praktijk gebracht’. Wel had hij een tamelijk ingewikkelde lat-relatie met een ‘vaste’ vriend.

 

Geitenstal
Johannes’ jonge jaren in Amsterdam stond in het teken van Provo en tja, daar hoorde ondermeer (excessief) drugsgebruik bij. Uiteindelijk verliet hij de woelige stad om zich als balling terug te trekken in de Pyreneeën, waar hij na conflicten – ja, ook daar – in een soort geitenstal woonde. Maar rust vond hij ook daar niet; hij werd voortdurend geplaagd door depressies en keerde terug naar Amsterdam.

Hamlet
Voordat Van Dam bekend werd als culinair journalist had hij diverse baantjes, zoals onder anderen barman, bottelier, vertaler, boekverkoper, leerling-journalist en redactiesecretaris. En dan was er natuurlijk zijn beroemde kookboekenwinkel. Ook daar zette hij al relatief snel een punt achter, want was er inmiddels van overtuigd dat hij zelf over eten moest schrijven. Zijn recensies werden geplaatst in Elsevier Weekblad en vervolgens met groot succes in Het Parool.
Geplaagd door zijn gezondheid, die steeds slechter werd, zijn alsmaar moeizamer sociale omgangsvormen en botsingen met vrienden, was het leven voor Johannes geen feest. Ergo; je kunt van lekker eten houden en van een goed glas wijn, maar dat betekent niet dat je aldus een Bourgondiër bent. Max Pam vat zijn leven als volgt samen: ‘Men zegt wel eens dat Hamlet een tragisch figuur was, maar dan kent men Johannes van Dam nog niet’.

Indringende biografie
‘Johannes van Dam’ is een indringende en spannende biografie waarin het leven van Van Dam uitgebreid per hoofdstuk wordt besproken en – zover de biograaf heeft kunnen achterhalen – van alle kanten belicht. Van Dams’ vrienden en collega’s komen aan het woord, lichten toe. Het is alsof Thijssen samen met hen probeert de oorzaken bloot te leggen van Johannes’ tragische leven, waarbij de focus voornamelijk op de psychische gesteldheid van Van Dam is gericht. Thijssen: ‘Van Dam beweert bij hoog en laag dat hij Asperger heeft, maar dat is nooit met zekerheid vastgesteld. Wel zijn de vele depressies evident. De pijnlijkste brouille vindt aan het eind van zijn leven plaats. Van Dam beschuldigt de jongen (Walter) die zijn huishouden doet en vaak met hem uit eten gaat van diefstal.

 

Zoals gezegd is het een indringende en spannende biografie, maar er staan helaas enkele stijl- en schrijffoutjes in. En ook een notitie als ‘Vertalen is een verbrand schip aan de horizon’ (blz. 139) is een merkwaardige beeldspraak. Of iemand die ‘wat onwennig scharrelt met dikke papieren bladzijden…’ (blz  252). Papieren bladzijden, toe maar. Ach, het zijn louter kleinigheden waarbij we niet te lang stil moeten blijven staan.
Tot slot een ijdel kantje van de biograaf zelf: (…) ‘Ik kan goed schrijven en bedenk aardige vragen…’(blz. 11)  Nou ja, dat hij goed kan schrijven is wel een feit.

 

Dat neemt niet weg dat Thijssen een schitterend ‘monument’ heeft opgericht voor een bijzonder mens, Johannes van Dam. Een aanrader!

Titel: Johannes van Dam, de biografie
Auteur: Jeroen Thijssen

Uitgever: Nieuw Amsterdam
ISBN 978904682450

beeld: Flickr