Bij ons in Auschwitz, getuigenissen

Arnon Grunberg

De poging van de nazi’s een heel volk te vernietigen is het erfgoed waardoor onze cultuur en ons mensbeeld drastisch is gewijzigd.

Dit jaar wordt herdacht dat vijfenzeventig jaar geleden, op 27 januari 1945 Auschwitz door het Rode Leger is bevrijd. Naast Auschwitz-Birkenau kennen wij vernietigings-kampen als Sobibór, Treblinka, Belzec, Majdanek en Chełmno en de concentratie- en werkkampen Buchenwald, Bergen-Belsen en Mauthausen, en het ‘doorgangskamp’ Theresienstadt. Auschwitz, waar 1,1 miljoen Joden zijn vermoord, staat symbool voor de niet te bevatten Endlösung (definitieve oplossing) van de fysieke existentie van het Joodse volk in Europa – en als het een beetje mee zou zitten ook op andere continenten.

 

Tot op de dag van vandaag zijn er nog steeds vragen over hoe dit heeft kunnen gebeuren, hoe een megalomane leider en diens trawanten in hun virulente Jodenhaat in staat waren het Duitse volk te mobiliseren om baby’s, kinderen, vrouwen en mannen uit te roeien. En wat ging er bij hun slachtoffers om, die laatste dagen, laatste minuten, laatste seconden van hun bestaan? Hoe was het leven – laten we het gemakshalve zo maar noemen – in een stinkend abattoir waar hun vernietiging plaats vond? De vraag is ook of komende generaties net zomin in staat zijn als de huidige zich een reëel beeld te vormen van het leven in die hel. De hel is trouwens een onlogisch begrip, zelfs in de context van Auschwitz. In de hel komen zondaren ná hun dood terecht vanwege begane ‘wandaden’. Maar baby’s, en kinderen in de hel?

Dehumanisering en genocide
Probleem is dat zelfs het globaal doorgronden van wat zich heeft afgespeeld en de situatie van de slachtoffers nauwelijks mogelijk is. Te gecompliceerd. De uitspraak van de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben onderschrijft exact deze problematiek: ‘De gebeurtenissen beschrijven en ze achter elkaar in een chronische reeks zetten, ze blijven toch ongemeen duister als we proberen ze te bevatten’. Het lijkt onwaarschijnlijk of we ooit in staat zullen zijn om deze dehumanisering en genocide een, zoals men tegenwoordig zegt, plek te geven.

 

Daarom is het een loffelijk initiatief van Arnon Grunberg om in ‘Bij ons in Auschwitz’ een serieuze poging te doen om via een uitgebreide bloemlezing gruweldaden en ervaringen te bundelen, getuigenissen, opgetekend door auteurs, filosofen en (op een enkele na) Auschwitz-overlevenden. Zij beschrijven ervaringen in het door nazi’s geperfectioneerd vernietigen van mensenlevens. In chronologische volgorde zijn de situaties binnen Auschwitz-Birkenau samengebracht.

 

Van onbeduidend dorp tot oord van verschrikking
Aan de bloemlezing gaat een essay van Grunberg vooraf, die hij begint met een studie door Robert Jan van Pelt en Debórah Dwork, auteurs van ‘Auschwitz, Stad, fabriek, vernietigingskamp’ (1996) over het ooit ‘gewone stadje’ Oświęcim (Auschwitz) vóór de nazi’s daar hun moordmachines installeerden. De fundamentele vraag waarom dit een gewelddadig concentratiekamp werd – aanvankelijk om Polen doodsangst aan te jagen en gevangen te houden – en vervolgens een vernietigingskamp is geworden, vormt de kern van dat boek. 

Grunbergs’ reactie hierop: ‘Je kunt de vraag uitbreiden: Waarom is Auschwitz hét symbool geworden van de genocide op vooral Joden, bedacht en uitgevoerd door nazi’s, met hulp van velen uit landen die het Derde Rijk korter of langer bezet had?’ 

 

Vervolgens heeft hij het over het vaak hulpeloos verzuchtte ‘ongrijpbare en onzegbare’: ‘Geen wonder dat de bekendste begrippen waarmee deze volkerenmoord wordt aangeduid, Holocaust en Sjoa, religieuze termen zijn. De kerkvaders gebruikten het woord ‘holocaustum’ vooral om offers van de Joden mee aan te duiden [bedoelt Grunberg Joden die geofferd werden of Joden die offers brachten? AM] en ‘Sjoa’ wordt in Jesaja 10;3 genoemd als verwoesting, catastrofe, de dag van vergelding. In het ene geval dus een offer aan God, in het andere een straf van God; beide woorden lijken bedoeld om het feit dat we hier met mensenwerk te maken hebben, van mensen voor mensen, aan het zicht te onttrekken’.

Getuigenissen
‘Bij ons in Auschwitz’ heeft een systematische indeling: Aankomst – Bed, straf en selectie – Zigeunerkamp – Sonderkommando – Schuld, schaamte, wrok en verlangen, waarin fragmenten en beschouwingen van onder andere Tadeusz Borowski, Primo Levi, Wieslaw Kielar, Zalmen Gradowski, Elie Wiesel, Miklós Nyizli, en M.S. Arnoni.

Elie Wiesel schetst de ontluisterende aankomst, de onmiddellijk toeslaande nazi-terreur waaraan Häftlinge werden onderworpen, zich realiserend dat hier ontmenselijking, dood en verderf zegevieren: ‘Plotseling gingen onze deuren open. Er sprongen eigenaardige wezens in gestreepte jasjes en zwarte broeken de wagon in. Ze hadden een elektrische lamp en een stok bij zich. Ze sloegen links en rechts om zich heen en riepen: ‘Iedereen uitstappen! Alles in de wagon laten. Snel!’. (…) ‘Voor ons vlammen. Om ons heen de lucht van verbrand vlees’. (…) ‘We waren in Birkenau’.

Zalmen Gradowski: ‘We komen de trein uit en zie mijn vriend wat daar gebeurt. Zie wie er zijn gekomen om ons welkom te heten. Militairen (SS’ers van het Auschwitz-garnizoen AM) met helmen op hun hoofden, met grote zwepen in hun handen, begeleid door reusachtige valse honden. Ze zijn gekomen om ons met open armen te ontvangen(…) Waartoe dient zo’n afschrikwekkende ontvangst? Waartoe? (…) Maar wacht, dat zul je begrijpen. Zodra we buiten komen worden onze rugzakken en zelfs de kleinste pakjes met geweld opengescheurd en op één grote hoop gelegd (…) Dit bevel maakt ons pessimistisch, want als ze je bevelen om het noodzakelijkste, nuttigste, meest elementaire af te geven, is dat een teken dat zelfs het noodzakelijkste onnodig is, het nuttigste nutteloos’. Zalmen en zijn vrouw Sonia zijn vergast.

Bij het lezen van de verklaring – lees: verontschuldiging – van de arts, Myklós Nyiszli leg je het boek af en toe opzij. Nyiszli werd gedwongen door de extreemberuchte dr. Mengele om criminele experimenten uit te voeren op gevangenen.

Primo Levi werkte in een Sonderkommando, hij moest vermoorde medegevangenen naar de crematoria afvoeren. De volgende woorden zijn van iemand uit die groep, door Levi opgetekend: ‘Laat men niet denken dat wij monsters zijn; we zijn net zulke mensen als jullie, alleen veel ongelukkiger’.

 

Met ‘Bij ons in Auschwitz’ slaat het angstaanjagend besef toe van wat mensen elkaar kunnen aandoen en in het verlengde hiervan de niet-aflatende gedachte: ‘Hoever zou ik gaan om mijn leven en dat van mijn geliefden veilig te stellen?’ Elke bladzijde, elk woord, in dit belangrijke boek roept naast verbijstering vragen op over het toenemend antisemitisme en racisme. Zou onze beschaafde samenleving opnieuw in staat zijn om…?

Wat een boek! Wat een verhalen en getuigenissen! Arnon Grunberg heeft een standaardwerk afgeleverd dat dwingt tot nadenken en daarom niet in de boekenkast mag ontbreken en in het onderwijs verplichte lectuur zou moeten zijn.

 

Bij ons in Auschwitz
Samengesteld door Arnon Grunberg
Uitgeverij: Querido
Aantal pagina’s: 496 
ISBN: 978 90 214 2004 2/NUR 320
Prijs: 24,99 euro

beeld: Wiki

JOURNALIST - COLUMNIST

Awraham Meijers

Jacob Burggraafstraat 19

1018 WA Amsterdam

T   020 626 51 30

M  06 146 329 43 

awraham.meijers@hetnet.nl 

volg mij ook op:

  • Facebook_wit