JOURNALIST - COLUMNIST

Awraham Meijers

Jacob Burggraafstraat 19

1018 WA Amsterdam

T   020 626 51 30

M  06 146 329 43 

awraham.meijers@hetnet.nl 

volg mij ook op:

  • Facebook_wit
Iran als lichtend voorbeeld

Ik maak mij zorgen over de democratische toekomst van Israël. Waarom? Een globaal overzicht:

1964: Een popconcert op zaterdagavond bij de Fenicische ruïnestad Achziv (vlakbij Naharia) gaat niet door omdat het podium op vrijdagavond en zaterdag moet worden opgebouwd. Orthodoxe Joden zijn daar mordicus op tegen. Dus tja, dan maar geen concert. Jammer dan, jongelui.
1973: Met vriendin Mieke wandel ik in Jeruzalem richting historische binnenstad. Zo’n acht ultra-orthodoxe jochies komen uit een zijstraat en beginnen Mieke uit te schelden. Volgens die verdwaasde reliekkies is ze niet ‘decent’ gekleed, want korte broek en T-shirt met korte mouwen is een gruwel in het oog van de Heer. Vandaar dat schelden. Vandaar die agressie. Ik zeg dat ze moeten oprotten. Een van hen vraagt of ik Joods ben. Ik zeg mijn Ausweis niet bij me te hebben en wedervraag hem of zij wellicht Joods zijn. Want – jok ik – ik ken namelijk alleen vriendelijke Joden. Nog meer woede! Er verschijnen plotsklaps opgeschoten ultra’s, die vanwege hun breedgerande zwarte hoeden door seculiere Israëli’s schwarze cowboys worden genoemd. Ze beginnen Mieke te bespugen en omcirkelen haar. Ik sta machteloos tegenover zo’n veertien geradicaliseerde Afgezanten van de Heer. Wat kan ik gvd doen? Voorbijgangers kijken de andere kant op. Er komt een taxi aangereden, de chauffeur stopt, gooit een portier open en roept dat we snel moeten instappen. We zijn gered. De daadkrachtige chauffeur zegt: “This people is big problem for Israël”.
1996: Wij zitten in een El Al-toestel op vliegveld Ben Goerion. Over enkele minuten vliegen we terug naar huis, na een fijne vakantie in Israël. Ik zit voor het raampje en kijk naar de activiteiten op het platform. Naast mij zit mijn vrouw te lezen. De stoel rechts van haar aan het gangpad is onbezet. Een orthodoxe Jood vraagt of ik met ‘de vrouw naast u’ van plaats wil wisselen, zodat hij naast mij kan zitten. Ik negeer hem, kijk geconcentreerd naar buiten. De man blijft zaniken. Uiteindelijk adviseer ik hem te gaan zitten – het lampje fasten your seatbelts brandt al een tijdje – of op te houden met mekkeren. Hij heeft een probleem om naast een vrouw te zitten, want vrouwen zijn onreine creaturen die door Schepper op aarde zijn geparachuteerd om te koken en kinderen – veel kinderen – te baren en verder zijn ze untouchable. En God zag dat het goed was – Genesis 1;12. Aan de toegesnelde steward leg ik uit dat wij onder geen beding van zitplaats veranderen. Waarom zouden we? De religieuze dwaas is radeloos. Een vriendelijk meisje biedt aan naast mijn vrouw te gaan zitten. De religekkie heeft nu een plek naast de vader van aardig meisje. Hij blijft in het Ivriet nog een kwartier op ‘die stomme gojim’ afgeven – ik sprak Engels tegen hem, hij weet niet dat ik Ivriet spreek en dus versta. De rest van de reis prevelt hij heilige teksten.
2004: We zitten in Jeruzalem op een terras met uitzicht op de stadsmuur. Zoals altijd zijn we onder de indruk van deze plek. Bij de bushalte stopt een stadsbus om passagiers te laten in- en uitstappen. Ik geloof mijn ogen niet. Hallucineer ik? Nee, het is echt waar: Vrouwen lopen naar het achterste deel van de bus. Mannen nemen voorin plaats. Dit gaat boven mijn begrip.  Openbaar vervoer met segregatie van seksen. Onverhulde apartheid. Mijn vrouw Ellen blijft, als was ze versteend, naar de bus kijken. Even later rijdt de volgende bus voor en ook hier; de vermaledijde vrouwtjes achterin, de Heren der Schepping voorin.
2005: Met El Al vliegen we naar Israël. Hondje Nino mag mee. De grondstewardess en een coördinator vinden dat hij niet in de laadruimte hoeft, maar in zijn bench onder onze stoel mag staan. Zo gezegd, zo gedaan.
Na een tijdje zegt een stewardess dat hij er uit mag als hij op schoot wordt genomen. Hondje blij, wij blij. Medepassagiers komen langs om onze Jack Russell te aaien. Hondje nu nóg blijer. En ja hoor – je kon er op wachten – een paar nijdige orthodoxe mannen (waarom zijn die lui altijd boos?) die achter ons zitten, roepen woedend een stewardess omdat een treife (onrein) beest op schoot van de vrouw voor hen zit. Triefe is namelijk extreem besmettelijk. De stewardess legt uit dat het cabinepersoneel dit oké vindt. Tevergeefs. Zij willen de gezagvoerder spreken. Nu! Zij willen dat wij ergens anders gaan zitten. NU! Zij willen… Zij eisen… Zij vervloeken. Ik presteer het om deze keer mijn mond te houden.
2013: Naar verluidt is het voor orthodoxe vrouwen verboden lakschoenen te dragen. Vanwege de weerspiegeling van het glimmend lak zouden mannen namelijk, mogelijk, wellicht, misschien, weeweet. onder de rok... Uhhh… Ik durf het niet op te schrijven.
2015: Duizenden Israëliërs demonstreren in Beit Shemesh tegen een radicale orthodoxe sekte die de overige inwoners van de stad hun oerconservatieve levensstijl wil opdringen. Deze kwestie werd landelijk bekend door tv-beelden van een achtjarig (!) schoolmeisje dat in die stad wordt lastiggevallen door – uiteraard boze – ultra-orthodoxe mannen. In een interview vertelde ze met angst naar school te lopen, omdat ze regelmatig wordt uitgescholden en soms wordt bespuwd. Commentaar van de religekkies: “Logisch, dat kind is niet kuis gekleed”.
2016: Begin december breekt op het plein bij de Klaagmuur een ordinaire rel uit tussen ‘echte Joden’ – dus boze ultra’s – en Liberale Joden, waarbij wordt geschreeuwd, vervloekt en geduwd. Er valt een enkele klap. De politie kijkt passief toe en grijpt pas in wanneer een liberale Jood er dringend om vraagt. Aanleiding tot dit tenhemelschreiend tafereel is onvrede uit liberale hoek over het feit dat zestien Knessetleden een wetsontwerp hebben ingediend waarin staat dat het verboden moet worden bij de Klaagmuur godsdienstoefeningen uit te voeren die niet voldoen aan strikt orthodoxe voorwaarden. Bovendien mogen vrouwen op die Heilige Plek geen gebedsshawls en tefillin dragen, niet uit de Thora mogen lezen of sjofar blazen. Tegen dit discriminatoire wetsvoorstel wordt door liberale vrouwen en mannen op vredige wijze gedemonstreerd, tot het door fanatieke reacties van orthodoxen in een mensonterend pandemonium ontaardt.
2016: Op 14 december weigeren zaalwachten tien Knesset-medewerksters gedurende zes uur de toegang omdat ze niet zouden voldoen aan religieuze kledingvoorschriften; hun rokken zijn te kort. Zoals bekend kunnen ultra’s daar niet tegen. Grote genade!
​2017: Op 21 december eist - EIST! - ene Rabbijn Elad Dokow verwijdering van de kerstboom die, evenals een Menora, is opgesteld in de gemeenschappelijke ruimte van De Technische Universiteit in Haifa.

Kortom: De Iraanse politie is een lichtend voorbeeld en onuitputtelijke inspiratiebron voor religekkies in Israël om paal en perk te stellen aan ‘lichtzinnig geklede’ vrouwen. En aan vrouwen in het algemeen. De beuk erin. Wat denken die vrouwtjes wel! De Israëlische politie moet evenals haar Iraanse collega’s zedeloze vrouwen vangen en straffen. De ultra-religieuze betrekkingen tussen beide landen bloeien als nooit tevoren.

Ja, wij moeten ons zorgen maken over de toekomst van de democratische waarden in Israël.

beeld: Ellen van Diek